‘De zorg’ is een breed begrip. Het is het samenspel tussen professionele ‘formele en beroepszorg’, zoals ouderen-, gehandicapten- en jeugdzorg, en de professionele ‘informele zorg’, zoals burenhulp, de inzet van vrijwilligers, welzijnswerk, mantelzorg en de betrokkenheid van kerken.
Informele zorg noemen we bewust ook professionele zorg, omdat ook de onbetaalde krachten enorme kennis, expertise en uitvoeringskracht met zich meebrengen. Ze zijn van van enorm toegevoegde waarde en worden te vaak ondergewaardeerd. Ze dragen bij aan het normaliseren van problemen die mensen ervaren. Ervaringsdeskundigen kunnen zich door hun achtergrond makkelijker verplaatsen in de situatie van een ander met dezelfde soort problematiek. Omzien naar elkaar lost niet alle problemen op, maar geeft alle betrokkenen erkenning, voldoening en verbinding. Zorg is ‘er zijn voor elkaar’. Dat kan eens per week samen met een oudere koken en eten, een maatje zijn voor iemand met schulden of als groep een klus doen bij een gezin dat leeft in armoede.  De ChristenUnie wil dat de gemeente in de opdrachtverstrekking met (jeugd)zorgorganisaties actief stuurt op samenwerking met de informele zorg.
De zorg staat onder druk door vergrijzing en een steeds groter beroep op mantelzorgers. Nu al dienen zich personeelstekorten aan, bijvoorbeeld in de ouderenzorg en huisartsenzorg. Het risico dat de meest kwetsbaren hiervan het slachtoffer worden is groot. We kunnen de zorg alleen toekomstig bestendig maken als de samenleving zich aanpast. De overheid kan dit ondersteunen door te kiezen voor structurele investeringen in preventie, zodat niet achteraf moet worden gerepareerd wat voorkomen had kunnen worden. Maar ook door te bevorderen dat gemeenschappen bloeien, bijvoorbeeld met nieuwe gemeenschappelijke woonvormen en buurtcentra.
We willen het maatschappelijk debat blijven voeren over de begrenzing van zorg, het bestrijden van eenzaamheid en suïcide en het versterken van het goede samenleven. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat er ondersteuning vanuit de WMO beschikbaar blijft voor de echt kwetsbaren en publieke middelen zo effectief mogelijk worden ingezet. Als gemeenten de wettelijke mogelijkheid krijgen om een inkomensafhankelijke bijdrage te vragen voor WMO-voorzieningen, dan zullen we daar gebruik van maken.
Wij zijn blij met de programma’s die vanuit het CJG en De Kap zijn ontwikkeld voor jonge mantelzorgers: kinderen en jongeren die vanwege ziekte van een gezinslid ook thuis hun steentje bijdragen. Wij vinden het belangrijk dat hier meer aandacht voor komt, bijvoorbeeld op school en bij de sportvereniging.